Avontuur als State

Hoe je met NLP spanning omzet in levendigheid

Trainer en coach Wesley de Bree daagt ons uit om spanning niet te vermijden, maar te ervaren als kans voor avontuur. Met zijn concept ‘speuk’ laat hij zien hoe nieuwsgierigheid, levendigheid en een tikje spanning ons lichaam en brein in beweging zetten. Met persoonlijke verhalen over angst voor glijbanen en tree-top walks, verkent hij hoe taal en interne filters bepalen wat we voelen en durven. En hoe NLP helpt om die sensaties om te zetten in energie en plezier.

‘Avontuur is een neurologische staat van zijn. Als jij invloed hebt op je stemming heb jij invloed op hoe avontuurlijk jij durft te zijn’

Er is een woord dat ik de laatste jaren steeds vaker gebruik wanneer ik met deelnemers praat over groei, keuzes en avontuur: speuk. Het is een woord dat voor mij zowel spannend als leuk betekent. Een ‘speuk’-moment herken je meteen in je lijf; er zit spanning in, je voelt energie, je weet dat je een stap gaat zetten die iets in beweging brengt en tegelijk verschijnt er een glimlach omdat het ook leuk is. Je zou kunnen zeggen dat speuk een specifieke stemming is: een neurologische combinatie van nieuwsgierigheid, avontuur, spanning en levendigheid waarin mensen bereid zijn om voorbij hun bekende patronen te bewegen.

Taal als omschrijving van gevoel

Het Nederlands kent ongeveer 300.000 woorden, de gemiddelde mens gebruikt er circa 40.000. Ik weet niet of jij dit ziet als veel of weinig, maar misschien merk je zelf soms dat woorden nog weleens tekortschieten als je echt goed wil omschrijven hoe jij je voelt. Er is een reden dat wij leenwoorden gebruiken uit het Engels, Frans en Duits, zeker als het gaat over het uiten van gevoelens. Sommige mensen komen dan nog woorden tekort en gebruiken bijvoorbeeld kunst en muziek om hun gevoel beter te kunnen uiten. Vaak is het woord dat wij kiezen, het label dat wij plakken op verschillende innerlijke sensaties. Dit helpt om het te kunnen omschrijven en je zet het, doordat je een conclusie trekt, vast.

Zo zou het zomaar kunnen zijn dat jij sensaties ervaart als klamme handen, slikken, een draaiend gevoel in je buik en verstijving van spieren en dat je eraan koppelt: ‘Dit is angst’. Mensen zijn goed in razendsnel oordelen en conclusies trekken over een externe situatie. Je ziet iets of hoort iets en omdat je sensaties ervaart die je eerder hebt gelabeld als angst, trek je de conclusie dit is ook eng! Je hebt een mentale constructie gevormd en een overtuiging is geboren. Omdat het brein graag energiezuinig is, zal het er snel voor kiezen om dit voortaan als patroon in te zetten. Bewust of onbewust ga je ineens zaken uit de weg die eerder heel normaal voor je waren en die je nu als ‘eng’ labelt.

Hoe een label ontstaat

Graag geef ik een voorbeeld uit mijn eigen leven van hoe een angst kan ontstaan. Een lange tijd geleden, nog voor ik NLP en bijvoorbeeld de fast phobia-techniek ontdekte, had ik last van hoogtevrees. Zodra ik een ladder opging of langs een hoge balustrede liep, kwamen er allerlei sensaties in mijn lijf. Ondanks de hoogtevrees was er een moment op een vakantie dat het mij een leuk idee leek om een ‘Tree-top walk’ te gaan doen. Een wandeling op een verhoogd pad dat steeds meer omhooggaat, net zo lang totdat je tussen de boomtoppen loopt. Het begin van de wandeling is heerlijk, met mooi weer en midden in de natuur. Het uitzicht wordt langzaamaan steeds beter. Tot ik merk in mijn lijf dat ik langzamer begin te lopen. Het komt zelfs tot een moment waarop ik naar mijn rechterbeen kijk en denk ‘die moet nu vooruit’. Maar mijn been doet niets meer.

Rationeel weet ik dat de constructie waarop ik loop solide is. Hij staat er al een aantal jaar dus hij zal niet zomaar ineens instorten of omvallen. De reling is hoog genoeg, daar kan ik niet overheen vallen, maar toch wil mijn lijf niet meer verder. Ik besluit om te draaien en terug naar beneden te gaan. Op de terugweg kom ik bij een keuze: ik kan de langere weg naar beneden lopen of via een glijbaan naar beneden gaan. Ik twijfel, kijk naar de glijbaan terwijl er nog allerlei sensaties door mijn lijf gaan. Ergens komt de gedachte voorbij: “Het is sneller maar wat nou als het niet goed gaat? Wat als je vast komt te zitten in de glijbaan?” Ik besluit naar beneden te lopen. Eenmaal daar aangekomen, ik weer vaste grond onder mijn voeten voel en na flink veel uitademen, komt mijn lijf tot rust.

Dan een kleine sprong vooruit in de tijd. Een paar maanden later ben ik in een zwembad met familie. Ik hou van water en speel graag, dus een zwembad is voor mij een topplek! Als kind was ik al groot fan van waterglijbanen en ook hier besluit ik ernaartoe te lopen. Tot ik ervoor sta, de ingang van de glijbaan zie en mijn lijf meteen reageert. Mijn handen worden klam, ik begin te slikken, krijg een draaiend gevoel in mijn buik en voel mijn benen verstijven. Meteen zit er een gedachte in mijn hoofd: ‘Wat als het niet goed gaat? Wat als ik vast kom te zitten?’

Al snel daarna komt de realisatie. Wat gek dat dit gebeurt… Ik heb nog nooit last gehad van angst voor glijbanen. En dan valt het kwartje. Dit gevoel is een paar maanden geleden ontstaan! Die dag op de tree-top walk! Ik begrijp meteen waar het vandaan komt én dat het een vergissing is. Het is wellicht celgeheugen dat aangaat, maar niet iets wat per se waar is. Dan komt het keuzemoment, want wat ga ik doen terwijl ik de sensaties in mijn lijf voel? Ergens weet ik dat als ik nu de keuze maak om weg te lopen, er op termijn een nieuw angstpatroon kan ontstaan. En dat is precies wat ik niet wil!

De invloed van taalgebruik op stemming

Er is al veel geschreven over het idee dat het niet de externe gebeurtenis is die een gevoel of een stemming bij ons veroorzaakt, maar dat onze interne filters bepalen hoe we naar die gebeurtenis kijken. Op basis van onze interne voorstelling en fysiologie, maken wij de stemming. Je zou kunnen zeggen dat er dus twee zaken tegelijk spelen: de ervaring en het verhaal dat wij onszelf over de ervaring vertellen. Over het algemeen zijn mensen vaak geneigd om hun eigen gedachten of hun verhalen te willen geloven, in plaats van stil te staan bij de daadwerkelijke ervaring in het hier-en-nu. Ik zou die mensen willen uitnodigen om vaker stil te blijven staan bij wat ze daadwerkelijk ervaren en de conclusies nog even uit te stellen.

Het is een nuance die ik in het wellicht welbekende NLP communicatiemodel, zou toevoegen. We zijn er bekend mee dat interne voorstelling, stemming en fysiologie elkaar beïnvloeden. Ik zou willen stellen dat de taal die wij gebruiken over de fysiologische sensaties, hier ook grote invloed op heeft. Wanneer je dezelfde lichamelijke sensaties met verschillende woorden omschrijft, heeft dit grote invloed op je beleving van de sensaties. Ze omschrijven als leuk, speuk, uitdagend, spannend, intens, eng, bedreigend of onveilig, doet ontzettend veel met jouw beleving van wat jij op dat moment ervaart.

Stilstaan bij de ervaring

Eigenlijk is het best vreemd hoe wij met onze gedachten iets vast kunnen zetten. Hoe een mentale constructie ontstaat door een label. We hebben het idee dat complexe equivalenties bestaan omdat wij op zoek blijven gaan naar de bevestiging hiervan. Terwijl als we kijken naar hoe de natuur werkt, is er een ding zeker: alles verandert continu. Er is niets altijd hetzelfde, het leven gaat over constante verandering. Zelfs in ons is er steeds verandering. Cellen delen zich, vernieuwen en sterven af. Zelfs de oudste cellen in ons lijf zijn niet ouder dan zeven jaar. En toch kunnen we labels vasthouden omdat we ooit in het verleden een conclusie hebben getrokken.

Hoe kan je dan teruggaan naar de daadwerkelijke ervaring? Het is mijn favoriete manier van werken met submodaliteiten: blijven omschrijven wat je waarneemt vanbinnen. Blijf antwoorden op vragen als: waar zit de sensatie, welke kleur heeft het, welke kant beweegt het op, draait het linksom of rechtsom, hoe groot is het, heeft het duidelijke randen of is het meer een gebied, welke temperatuur heeft het en voelt het als expansie of samentrekken, enzovoort.

En misschien wel de allerbelangrijkste vraag om steeds weer (aan jezelf) te stellen: Wat is er nu aan het veranderen met het gevoel dat jij ervaart? Als we weten dat alles continu verandert, dan veranderen dus ook alle sensaties continu. Al helemaal omdat jij op dit moment er bewust aandacht aan geeft. De aandacht en het er bewust mee bezig zijn, zorgen ervoor dat er beweging blijft in wat jij ervaart. Door dan weer opnieuw nieuwsgierig te blijven naar welke verandering er hierna plaats gaat vinden, blijf je bewust onderzoekend naar de ervaring in plaats van het met een conclusie stil te zetten.

Taal die beweging faciliteert

Misschien begint het wel met de taal die je gebruikt. Wanneer jij ervoor kiest om sensaties een label te geven als spannend of eng, stopt de verandering. Alsof je hele systeem dan zegt: het is zo, dus het zal zo zijn! Niet gek dan ook dat je in gedrag stil komt te staan. Dezelfde sensaties een woord geven zoals speuk, zorgt voor mogelijkheid tot beweging. Het kan ervoor zorgen dat je nieuwsgierig blijft naar wat er gaat komen. Het zorgt er voor mij voor dat een nieuwe situatie een avontuur wordt waar ik naartoe kan bewegen. De conclusies komen dan wel op een later moment, of misschien zelfs wel helemaal niet. Iedere moment zien als een nieuw avontuur waar speuk te ervaren is, is vele malen leuker!